• image
  • image
  • image

Expeditie Probuda

Van 7 tot 14 mei vond de expedite Probuda plaats in het noordoosten van Bulgarije. Met 9 natuurkenners verbleven we in het vakantiehuis Produda.

De bedoeling was om de omgeving van het Rusenski Lom natuurgebied te verkennen. De 8 natuurkenners hadden elk hun specialiteit, vogels, spinnen, reptielen, amfibieën, insecten,planten en zoogdieren. De expeditie was een succes, op gebied van kennisuitwisseiing, waarnemingen en sfeer. 

Het deed goed om te horen dat de teamleden onder de indruk waren van hun verblijf betreft gezelligheid en ligging. Meermaals moesten we onze maaltijden staken vanwege een overvliegende oehoe, arendbuizerd of een zingende sperwergrasmus, wielewaal, draaihals, rouwmees....... 

In totaal hebben we 130 soorten vogels waargenomen, 14 soorten zoogdieren, 7 soorten reptielen, 6 soorten amfibieën en de insectensoorten waren niet te tellen. Belangrijk is wel dat onze specialist op gebied van zweefvliegen maar liefst 4 nieuwe soorten voor Bulgarije heeft ontdekt. 

De vlinders waren zeer actief, vele soorten blauwtjes ook groentjes, hooibeestjes en nog vele andere. Een bijzondere vlinder vond ik de pijpbloemvlinder, die viel op vanwege de bijzonder mooie tekening op zijn vleugels. Ook de knoopkruidparelmoervlinder was nu zeer aanwezig. 

Speciaal was de ontmoeting met de tweede grootste spin van Europa, een soort wolfspin met als wetenschappelijke naam Geolycosa vultuosa. De spin krijgt men nauwelijks te zien want ze leidt een verborgen leven onder de grond en graaft soms een hol tot 50 cm diep. In de schemering en tijdens de nacht wachten ze  in de buurt van hun hol om prooien als krekels te verschalken. 

Een diertje met een veel hogere aaibaarheidsfactor is de siesel, een soort grondeekhoorn. De siesel leeft op de steppes van Zuidoost-Europa en is het favoriete prooidier van de schreeuwarend. Veelal staan ze op hun achterpootjes om eventuele predatoren op te sporen. Bij gevaar verwittigen ze elkaar met een korte fluittoon. Het zijn vooral planteneters en leven in holen op de kort begraasde steppes. 

Aan de oever van een visvijver vonden we een soort waterslang, de dobbelsteenslang. De slang is niet giftig en leeft vooral van amfibieën. 

Een waarneming die ik zeer bijzonder vond was de jakhals. Met de groep stonden we te kijken naar blauwe reigers en enkele zwarte ooievaars. Op een gegeven moment kwam er een jakhals in beeld gelopen die aan het jagen was langs de oever. Ook vonden we per toeval een nest met 5 pups zeer waarschijnlijk van een jakhals. Tijdens een wandeling langs een bosrand hoorden we het geschrei van jonge diertjes enkele meters in het bos, het deed denken aan jonge katten. We vonden algauw het nest dat gemaakt was tussen takken en bladeren. Aangezien we zeker wilden weten welk dier hier een nest had hebben we een wildcamera opgehangen. Gedurende drie dagen hebben we niks gezien op de camera. Ook de pups hoorden en zagen we niet meer. Het feit dat we ze niet meer konden zien wou niet zeggen dat ze er niet meer waren aangezien ze zich in het nest konden verplaatsen zodat ze niet meer zichtbaar waren. We hebben een sterk vermoeden dat het de pups waren van een jakhals die verlaten waren. Het was immers niet normaal dat ze zo luid aan het schreien waren, waarschijnlijk van de honger omdat het moederdier om één of andere reden er niet meer was. Een bijzondere ontmoeting met een zeer waarschijnlijke trieste afloop. 

lg expeditie teamDSC 2554

De expeditieleden.

lg vlinderDSC 1879

De Zuidelijke  Pijpbloemvlinder

lg knoopkruidparelmoerDSC 1774

Knoopkruidparelmoervlinder

lg wolfsspinDSC 2174

Een soort wolfspin.

lg sieselDSC 2328Siesel

lg dobbelsteenslangDSC 1981Dobbelsteenslang.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen