Feeëriek
Eind november was ik in de Vogezen op zoek naar Gemzen.
Ook hier had de winter plots genadeloos zijn intrede gedaan. Er lag een sneeuwtapijt van ongeveer 50 cm en de temperaturen kwamen niet hoger dan -5°C.
Het landschap was feeëriek, op de kleinste takjes van de bomen lagen er centimeters sneeuw. Door de combinatie van de vriestemperaturen, weinig wind en mist waren de bomen nu witte ijssculpturen geworden.
Tijdens onze eerste tocht in de sneeuw werden we al vlug geconfronteerd met de zwaartekracht. Aangezien de benen telkens een halve meter diep in de sneeuw verdwenen konden we moeilijk spreken van een aangename winterwandeling maar werd het eerder een fysieke uitputtingsslag. In een nabijgelegen dorp kochten we sneeuwschoenen en vanaf nu liepen we over de sneeuw als Gemzen over de rotsen of beter als ganzen over het ijs.
Bij navraag hadden we de grootste kans de gemzen te vinden in de vallei, maar door de sneeuw was de vallei niet meer bereikbaar. Maar we hadden geluk, we vonden een kleine groep Gemzen op een weide met een dun laagje sneeuw, de wind had hier immers vrij spel. Voor de dieren was het hier nog mogelijk om het gras vrij te stellen met hun voorpoten. In de jaren 50 zijn de Gemzen hier geïntroduceerd en nu leven er ongeveer 700 dieren.
De Vogezen is een breukgebergte, bij het ontstaan van de Alpen ( 65 miljoen jaar geleden ) is de Boven-Rijnslenk ontstaan, met aan de westrand "De Vogezen" en aan de oostrand " Het Zwarte Woud".







