• image
  • image
  • image

Kiekendieven

Sedert enkele weken zijn ze terug, de bruine kiekendieven. Rond 10 april kwamen de eerste vogels terug in de Meetjeslandse Polders. Zoals in in een vorig blogartikel beschreven, overwinteren ze onder andere in Senegal en Mali. 

Het eerste wat ze doen bij terugkomst is een partner zoeken en een geschikte broedplaats. De kiekendieven zijn half april zeer actief, het mannetje voert spectaculaire baltsvluchten uit, van grote hoogte duikt hij naar beneden waarbij hij regelmatig rond zijn as draait. In deze periode paren ze zeer regelmatig, het wijfje zit ergens aan de rand van het rietveld voortdurend te roepen, tot het mannetje komt aanvliegen om te paren.  

Tussendoor zijn ze druk bezig met de nestbouw, rietstengels en fijne takken die ze in de onmiddellijke omgeving van de broedplaats vinden, worden constant naar de nestplaats gevlogen. Zowel het mannetje als het wijfje bouwt het nest.

Het mannetje komt nu ook regelmatig met prooi om aan zijn wijfje te geven. De voedseloverdracht gebeurt soms tijdens de vlucht waarbij het wijfje even op haar rug draait terwijl het mannetje boven haar vliegt en de prooi laat vallen in de poten van het wijfje. Ook wordt de prooi soms ergens op de grond gelegd.

Wanneer het wijfje haar eerste ei heeft gelegd is er nog weinig beweging in de omgeving van de broedplaats. Zeer vroeg in de ochtend, nog voor zonsopgang, maakt ze soms een korte vlucht om haar vleugels even te strekken. Het wijfje verlaat gedurende de hele broedperiode, die ongeveer een maand duurt, bijna niet meer het nest. Voor voedsel is ze nu afhankelijk van haar mannetje.

Het wijfje op de foto's heeft wingtags of vleugelkleurmerken. Deze wingtags hebben een unieke code en zijn duidelijk genoeg om ze vanop afstand af te lezen. Op die manier kan men onder andere nagaan of de vogels plaatstrouw zijn. Dit kadert in het onderzoeksproject over de bruine kiekendief door het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO).

Het wijfje met de fuchsia wingtags is in 2012 geringd in de Jeronimus Oudland Polder te Watervliet. In 2013 is ze waargenomen op 13 april aan het Leopoldkanaal te Watervliet. Vorig jaar heeft ze gebroed in de Oostpolderkreek te Sint-Jan-In-Eremo, ongeveer 1 km van haar geboorteplaats. Spijtig genoeg was het broedsel mislukt. Nu broedt ze terug niet verder dan 1 km van haar geboorteplaats. Hopelijk zal het broedsel nu wel een succes worden, en kan ik in één van volgende berichten foto's tonen van de jonge kiekendieven. 

Het was een intensieve periode de laatste weken, elke dag een uur voor zonsopgang in de hut, zo vroeg in de ochtend vliegen de kiekendieven nog niet. Na 10 uur viel meestal de activiteit stil en kon ik terug naar huis. 

lg bruinekiekendiefDSC 0569

 

lg kiekendiefDSC 1061

 

lg kiekendiefDSC 1002

 

lg kiekendiefDSC 1057

 

lg kiekendiefDSC 0918 

Eieren na pasen

Eind maart was de hermelijn terug zeer actief. Het diertje zag er nog maagdelijk wit uit, dit is haar camouflage pels voor in de winter. Als er sneeuw ligt is ze inderdaad moeilijk waar te nemen, maar in sneeuwloze winters is het diertje van kilometers ver te zien. Alhoewel, ze zijn vliegensvlug en ze verplaatsen zich vooral in dekking. 

Het winterkleed wordt vervangen door het kanstanjebruine zomerkleed eind maart, dit duurt ongeveer 10 dagen. 

Of dit  hetzelfde diertje is dat ik twee jaar geleden heb gefotografeerd, weet ik niet, maar ik vermoed van wel.

Ze is verlekkerd op eieren en heb hier handig gebruik van gemaakt om de hermelijn te betrappen. Met een fotoval heb ik ze kunnen fotograferen. 

lg hermelijn-DSC 9573

 

Poel

Het was een kwakkelwinter bij uitstek in de Meetjeslandse polders, geen sneeuw en bijna geen vorst . Maar vorige week was er dan toch een zeldzame winterochtend met lichte vorst en wat nevel.

Dit zijn de momenten om landschappen te fotograferen. Tijdens de ochtend is het zonlicht nog zwak waardoor het mogelijk is om tegenlichtopnames te maken.

Deze pittoreske plaats in de St-Janpolder in de omgeving van de Boerekreek is één van de pareltjes in de Meetjeslandse polders. Een weide met oude knotwilgen en een veedrinkpoel, een sloot met een rietveld en een natte weide. Alle typische polderbiotopen vind je hier op een zakdoek.

lg poelpanorama 

Rode kreek als nieuwjaarskaart

Vooreerst mijn beste wensen aan iedereen en vooral een goede gezondheid. Ook wens ik jullie vele verrassende ontmoetingen in de natuur.

Vorige week had ik nog zo een verrassende ontmoeting met de Blokkreek die als het ware in vuur en vlam stond. Het diepe ochtendrood was te bewonderen voor zonsopgang. Dit duurt meestal niet lang, het is zaak om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. 

Het morgenrood en avondrood is typisch voor de winter, de zonnestralen moeten nu een lange weg afleggen doorheen de atmosfeer. Het zonlicht wordt verstrooid door stofdeeltjes of waterdamp in de atmosfeer. Het rode licht wordt het minst verstrooid en hierdoor is het rode licht best zichtbaar.

De Blokkreek is ontstaan op het einde van de 80-jarige oorlog door opzettelijke overstromingen. Samen met de Vrouwkeshoekkreek en de Hollandersgatkreek vormt de Blokkreek eigenlijk één overstromingsgeul die rond 1620 is ingedijkt.

blokreek-kaartje

Hermelijn

 

Met enige fierheid kan ik meedelen dat ik met enkele foto's van de hermelijn laureaat ben op de natuurfotowedstrijd van Montier-En-Der in de categorie "sequence naturelle". Ik heb de tweede plaats behaald met de foto's op deze prestigieuze natuurfotowedstrijd.

In de lente van 2013 had ik het geluk een hermelijn te kunnen fotograferen na een tip van de boswachter in het Provinciaal domein "Het Leen" te Eeklo.

Via een gat in de buitenmuur van de woning drong de hermelijn in het huis om in de isolatieruimte van de zolder zijn jongen groot te brengen. Begin maart plaatste ik een wildcamera bij het gat. De wildcamera maakt enkel filmopnames als er beweging is, op die manier kon ik informatie verzamelen over de activiteiten van de hermelijn.

Via opnames met een wildcamera (Bushnell, http://www.tuinadvies.be/shop/zoeken.php?q=bushnell ) kon ik zien dat de hermelijn in maart vooral nachtactief was. Eind maart werd de witte wintervacht geleidelijk vervangen door de kastanjebruine zomervacht. Begin mei kwam de hermelijn bijna dagelijks met een prooi, meestal konijnen. De konijnen waren dikwijls vele malen het gewicht van het hermelijnwijfje, die gemiddeld 200 gram weegt. Ook was de hermelijn nu veel meer als voorheen dagactief. Vanaf 9 mei ben ik beginnen fotograferen, mijn schuilhut stond er reeds sedert maart, op die manier was de hut een deel van het landschap geworden voor de hermelijn. Liggend op de grond bleef ik uren stilliggen in de hoop een glimp van de hermelijn op te vangen. Op zondag 12 mei werd mijn geduld voor het eerst beloond. Omstreeks 13u kwam de hermelijn vliegensvlug aanlopen met een konijn, voor ik het goed en wel besefte was het konijn al verdwenen in het gat. Ik had nu mijn eerst foto's genomen maar geen enkele foto was goed.

In totaal verbleef ik 36 dagen in de hut, waarbij het leegroven van een nest jonge kauwen het hoogtepunt was. De hermelijn was in totaal een uur bezig om de jonge kauwen door het gat te krijgen. Bij het grootste jong heeft het haar bloed, zweet en tranen gekost om het jong naar binnen te krijgen. Met het tweede jong was ze zelfs mijn hut binnengelopen. Het zijn met enkele van die foto's dat ik laureaat ben op de natuurfotowedstrijd.

Met de beste filmfragmenten,van 4 maanden opname, heb ik een filmpje laten monteren van 4 minuten door Brecht Boelens. Hieronder kan je een trailer zien van 20 sec.

 

 

Het was fantastisch om het diertje van op de eerste rij te kunnen observeren. Er kwam veel geduld en doorzetting bij kijken. Van de 36 dagen heb ik zeker tien dagen op de muur zitten staren zonder iets te hebben gezien.

Over deze reportage heb ik ook een tentoonstelling van 10 foto's.

Ook maakt deze reportage deel uit van een presentatie over "Meetjesland natuurlijk".

01  01lg hermelijnDSC 2839 2

 

02 01lg hermelijnDSC 2839 1

 

03lg hermelijnmetkauwDSC 2785

 

04 30lg hermelijnDSC 2973